Betoog van het derde decennium van deze eeuw

Opeens was ze daar, niemand had naar haar mening gevraagd. Half man half vrouw, de vervelende gewoonte om volwassenen openlijk tegen te spreken en haar meningen aan duizenden jongeren op te dringen. Bovendien is ze de leider van een clubje net zo vervelende snotneuzen. “Niemand vraagt dat zo een snotneus het hier eens komt uitleggen”, zegt de man achter zijn televisie. Alleen, er hebben wel degelijk mensen om gevraagd. Geen twee mensen, geen dozijn mensen, nee, miljoenen mensen. 

Dingen veranderen constant, steden worden groter, computers slimmer en racismewetten strenger. Miljoenen jaren geleden was er één van die veranderingen. Het klimaat werd heel langzaam warmer. Talmend traag begon de aarde op te warmen. Tot de Aarde drie graden was opgewarmd. Toen besliste de aarde zijn temperatuur te stabiliseren. In de hoogdagen van die gestabiliseerde periode kreeg de mens de kans om zich te ontwikkelen. De mens was nog lang en gelukkig op aarde… “Oh, is dat echt het einde?” vraagt mijn denkbeeldige vriend die van een andere planeet is afgedaald en de hele tijd aandachtig naar mijn verhaal aan het luisteren was. “Nee”, zeg ik: “Na een hele periode van stabilisatie begon de aarde opeens terug op te warmen tegen nooit geziene snelheden.” “Maar opwarmen was toch goed?”, vraagt mijn alienvriend. “De mens heeft een evenwicht nodig”, zeg ik. Als drie graden genoeg is om de aarde uit een ijstijd te slepen is drie graden ook genoeg om de aarde naar een ander tijdperk te slepen waar de mens weer geen kans heeft. Omdat ze bezorgd waren onderzochten de slimste mensen van de planeet deze zaak. Wat ze ontdekten was vreselijk! Het was de mens zelf die het klimaat aan toptempo aan het veranderen was. Met de verbranding van fossiele brandstoffen kwamen er steeds meer stoffen in de lucht die de aarde doen opwarmen. Die stoffen worden uitgestoten door dingen die ons sneller te doen voortbewegen. En erger nog, ze worden ook uitgestoten door de dingen die ons energie leveren. 

“Wat moeten we nu doen, meneer alien?” De alien antwoordde aarzelend geschrokken dat er om zijn mening werd gevraagd: ”Hebben jullie dat sneller voortbewegen en die energie echt nodig?” Ik antwoord me afvragend waarom ik dat groen beest ooit om raad heb gevraagd: “Niet om te overleven, wel om te leven.” “En… kunnen jullie niet een iets anders dan fossiele brandstoffen gebruiken?” vraagt hij. “Ah”, verwoed fronsend kijk ik hem aan: “ja, dat zou kunnen.” Het groene mannetje begint plotseling enorm hard te lachen. Na twee minuten, ondertussen groen van het lachen weet hij iets uit te brengen: “Jullie mensen zijn achterlijk, ik ben weg.” En toen was hij weg. De man achter zijn scherm staat eindelijk op. Hij pakt zijn grasmaaier, maait de dorre woestijn in zijn achtertuin, geeft het skelet van zijn hond water, het leek zelfs te kwispelen.  Hij rijdt de saaie route naar zijn werk nog maar weer eens. Zij bedrijfswagen bijtankend vraagt hij zich af waarom het toch zo verdomd warm is.

Carlo (jong Betekoms schrijftalent)